Boot cs Advocaten » Rechtsgebieden » Arbeidsrecht » Transitievergoeding

Transitievergoeding

Op 1 juli 2015 hebben wij afscheid genomen van de bekende kantonrechtersformule. Nu geldt in het ontslagrecht de transitievergoeding (artikel 7:673 BW). Deze wijziging maakt onderdeel uit van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Wanneer heeft de werknemer recht op de transitievergoeding?

Hoofdregel is dat als een werknemer langer dan twee jaar in dienst is geweest bij de werkgever, hij aan het einde recht heeft op een transitievergoeding. Dit geldt als 1) de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, 2) de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever is ontbonden of c) een tijdelijk contract is afgelopen en op initiatief van de werkgever niet is verlengd.

Ook als de arbeidsovereenkomst als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever wordt beëindigd, heeft de werknemer die ontslag neemt aanspraak op de transitievergoeding.  Hier is de situatie dus omgekeerd, als  1) de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, 2) de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer is ontbonden of c) een tijdelijk contract is afgelopen en op initiatief van de werknemer niet is verlengd.

Wanneer heeft de werknemer géén recht op de transitievergoeding?

Er zijn verschillende uitzonderingen op de hoofdregel, niet in alle gevallen bestaat bij ontslag recht op de transitievergoeding.

Zo heeft een werknemer die zelf ontslag neemt, geen recht op een transitievergoeding. Ook als de werkgever het contract wel wil verlengen, maar de werknemer niet, dan heeft de werknemer geen recht op een transitievergoeding. Dit kan anders zijn als de oorzaak ligt in ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door de werkgever.

Ook als de arbeidsovereenkomst korter heeft geduurd dan twee jaar, heeft de werknemer bij het einde geen recht op een transitievergoeding.

Als de werknemer jonger is dan 18 jaar en gemiddeld minder dan 12 uur per week bij de werkgever werkt, is geen transitievergoeding verschuldigd. Dit betekent dat scholieren met een bijbaantje meestal geen transitievergoeding zullen meekrijgen als de arbeidsovereenkomst eindigt.

Wanneer de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en daarom uit dienst treedt, heeft hij/zij geen recht op een transitievergoeding.

Het zal niet verrassen dat een werknemer die (terecht) op staande voet is ontslagen, geen recht heeft op een transitievergoeding. Het criterium is ‘ernstige verwijtbaarheid van de werknemer’.

Bij faillissement of surseance van betaling hoeft geen transitievergoeding te worden betaald.

Hoe hoog is de transitievergoeding?

De hoogte van de transitievergoeding hangt ervan af hoe lang de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Tot tien jaar bedraagt deze één derde maandsalaris per gewerkt dienstjaar (één zesde per gewerkt halfjaar) met een maximum van € 75.000,- bruto. Bij een langer dienstverband dan tien jaar komt er voor de halve jaren daarna steeds een kwart bruto maandloon bij.   Met het bruto maandloon wordt bedoeld het bruto maandloon vermeerderd met 8% vakantietoeslag (en eventuele overige structurele loonelementen).

Anders dan bij de kantonrechtersformule, maakt het voor de berekening van de transitievergoeding niet uit of de werkgever of de werknemer een verwijt kan worden gemaakt, dus wiens schuld het is dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd (de transitievergoeding kent geen correctiefactor).

Kosten die zijn gemaakt voor duurzame inzetbaarheid van de werknemer, bijvoorbeeld voor scholing of outplacement, mogen onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op de transitievergoe­ding. Een nadere regeling hiervoor is opgenomen in het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding.

Onmiddellijke werking

De transitievergoeding heeft onmiddellijke werking. Dit betekent dat de transitievergoeding geldt voor alle werknemers die op of na 1 juli 2015 worden ontslagen.

Soms zijn er in een cao of arbeidsovereenkomst al afspraken gemaakt over een beëindigingsvergoeding waarbij geen rekening is gehouden met de transitievergoeding. Voor deze gevallen zijn regels opgenomen in het Besluit overgangsrecht transitievergoeding.

Overgangsregeling oudere werknemers

Er geldt een overgangsregeling voor werknemers ouder dan 50 jaar, die langer in dienst zijn dan tien jaar, mits er bij de werkgever meer dan 25 werknemers in dienst zijn. Zij hebben recht op één maandsalaris per gewerkt dienstjaar vanaf het bereiken van de 50-jarige leeftijd. Ook hier geldt een maximum van € 75.000,- bruto of een jaarsalaris (als dit hoger is). De overgangsregeling geldt tot 1 januari 2020.

Lopende ontslagprocedures

De kantonrechtersformule blijft van toepassing in procedures die zijn gestart vóór 1 juli 2015.

Vragen?

Heeft u vragen over de transitievergoeding, dan kunt u contact opnemen met Boot cs Advocaten.

Elke dinsdagavond van 19.00 tot 20.00 inloopspreekuur. Contact opnemen