Boot cs Advocaten » Blog » Herziening van kinderalimentatie anno 2015. Een rekenvoorbeeld.

Herziening van kinderalimentatie anno 2015. Een rekenvoorbeeld.

Geplaatst op 27-02-2015 door: Matthijs Vleesch du Bois

Hoe beslist de rechter over een verzoek tot herziening kinderalimentatie? Aan de hand van een rekenvoorbeeld laat ik het zien.

Op 1 januari 2015 is de Wet hervorming kindregelingen ingevoerd. Dat heeft in veel gevallen forse financiële gevolgen voor zowel degene die kinderalimentatie betaalt als ontvangt. De rechterlijke macht beschouwt die gevolgen als gegronde reden om wijziging van alimentatie te vragen. In het voorbeeld hieronder laat ik zien wat het effect daarvan kan zijn.

Het voorbeeld

Vader en moeder zijn in 2012 gescheiden. Het netto gezinsinkomen bedroeg destijds € 2.650,- per maand. Partijen hebben een dochter, destijds 8 jaar oud, die bij de moeder blijft wonen. De dochter verblijft om de twee weken een weekend bij haar vader en verder de helft van de zomervakantie. De rechter stelt in de echtscheidingsbeschikking vast dat de kosten van de dochter € 380,- per maand zijn en dat vader een kinderalimentatie moet betalen van € 274,- per maand. Vader heeft namelijk geen draagkracht om méér te betalen.

Het is inmiddels 2015 en per 1 januari is de Wet hervorming kindregelingen in werking getreden. Dat heeft effect op het inkomen van beide ouders. Vader verliest een fiscaal voordeel van € 49,- per maand vanwege het vervallen van de persoonsgebonden aftrek. Moeder gaat erop vooruit. Aan de ene kant stijgt haar inkomen met € 255,- per maand omdat het kindgebonden budget toeneemt van € 104,- (2014) naar € 359,- (2015). Aan de andere kant daalt haar inkomen ten opzichte van 2014 met € 19,- per maand doordat de alleenstaande ouderkorting vervalt. Per saldo gaat zij er dus € 236,- per maand op vooruit. De in 2012 vastgestelde kinderalimentatie bedraagt als gevolg van wettelijke indexering inmiddels € 283,42 per maand.

De uitwerking

De rechter redeneert sinds 9 oktober 2015 als volgt. De kosten van de dochter bedragen - geïndexeerd naar 2015 - € 393,- per maand. Ouders moeten dat bedrag samen opbrengen, naar rato van hun draagkracht. De rechter telt het kindgebonden budget van € 359,- op bij het inkomen van de moeder. Op die manier houdt hij daarmee rekening bij het bepalen van de draagkracht van de ouders. Het aandeel van de vader in de kosten komt daarmee op € 220,- per maand. Omdat vader echter een deel van de zorg voor de dochter op zich neemt, wordt van zijn aandeel in haar kosten nog een bedrag afgetrokken: de 'zorgkorting'. Deze bedraagt in dit voorbeeld 15% van € 393,-. De uitkomst zou dan een kinderalimentatie van € 161,- zijn. Bij die bijdrage zou echter onvoldoende worden voorzien in de kosten van de dochter (die € 393,- bedragen) en daarom moet vader een deel van zijn zorgkorting 'inleveren'. De kinderalimentatie wordt daarom vastgesteld op € 193,- per maand.

De misvatting van de expertgroep

Tussen 1 januari 2015 en 9 oktober 2015 gold een andere wijze van berekening. Deze was gebaseerd op een aanbeveling van de 'Expertgroep Alimentatienormen'. In een uitspraak van 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad de aanbeveling van de expertgroep verworpen. In de eerste helft van 2015 is echter in veruit de meeste alimentatiezaken de onjuiste aanbeveling van de expertgroep gevolgd. Om te laten zien hoe groot het verschil is met de uitspraak van de Hoge Raad, waarop de berekening hierboven is gebaseerd, volgt hieronder een uitwerking op basis van de onjuiste aanbeveling.

Volgens de aanbeveling moest de rechter van de kosten van het kind het volledige kindgebonden budget aftrekken. Het kindgebonden budget bedraagt in dit voorbeeld € 359,- per maand en de kosten € 393,-, zodat er nog € 34,- per maand overbleef. Dat bedrag dienden de ouders samen op te brengen, naar rato van hun draagkracht. In dit voorbeeld heeft de vader veruit de grootste draagkracht en kwam zijn aandeel in de kosten uit op € 31,- per maand. Omdat vader echter een deel van de zorg voor de dochter op zich neemt, wordt van zijn aandeel in haar kosten nog een bedrag afgetrokken: de 'zorgkorting'. Deze bedraagt in dit voorbeeld 15% van € 34,- zodat vader uiteindelijk een kinderalimentatie van € 26,- moest betalen.

Zoals uit het bovenstaande voorbeeld blijkt, heeft de - achteraf onjuist gebleken - richtlijn van de expertgroep alimentatienormen ertoe geleid dat thans in misschien wel duizenden gevallen een veel te lage kinderalimentatie is vastgesteld.

Tot besluit

Tot slot nog het volgende. Het voorbeeld hierboven is geen sjabloon om de eigen kinderalimentatie mee uit te rekenen. Wie wil weten hoe een herziening van de alimentatie voor hem of haar uitpakt, kan contact opnemen met ons kantoor via advocaten@bootcs.nl of op telefoonnummer 030-2200310. Wij rekenen het graag voor u uit.

Elke dinsdagavond van 19.00 tot 20.00 inloopspreekuur. Contact opnemen