Boot cs Advocaten » Blog » De slag om de alleenstaande-ouderkop

De slag om de alleenstaande-ouderkop

Geplaatst op 04-04-2015 door: Matthijs Vleesch du Bois

Op 1 januari 2015 is de Wet hervorming kindregelingen in werking getreden. Kort na het inwerkingtreden van wet ontstond tussen de verschillende rechtbanken onenigheid over gevolgen daarvan voor het berekenen van kinderalimentatie. Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad aan de onduidelijkheid daarover een einde gemaakt.

De richtlijnen

De wet is weinig concreet over het berekenen van alimentatie. De rechter moet rekening houden met de draagkracht van degene die moet betalen. Daarnaast moet de rechter kijken naar de behoefte van degene die recht heeft op alimentatie. Maar de wet laat in het midden hoe de rechter dat precies moet doen. Om willekeur te voorkomen hebben de rechtbanken in onderling overleg richtlijnen vastgesteld. De rechter is niet verplicht bij het berekenen van alimentatie die richtlijnen te volgen. Hij doet dat over het algemeen wel. Op die manier wordt gewaarborgd dat alle rechtbanken in Nederland volgens dezelfde maatstaven beslissen. De richtlijnen worden ontwikkeld door de 'expertgroep alimentatienormen'. Gewoonlijk worden de normen twee keer per jaar geactualiseerd.

De Wet hervorming kindregelingen heeft twee belangrijke veranderingen gebracht. Aan de ene kant is voor alleenstaande ouders het kindgebonden budget verhoogd. Deze verhoging wordt de 'alleenstaande-ouderkop' genoemd. Aan de andere kant is de alleenstaande ouderkorting vervallen. Ook is de alleenstaande oudertoeslag in de bijstand vervallen.

Begin 2015 kwam de expertgroep met de aanbeveling om het totale kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande-ouderkop, af te trekken van de kosten van het kind. De expertgroep overwoog daarbij: "Dit kan er in een aantal gevallen toe leiden dat er geen behoefte meer resteert waarin de ouders moeten voorzien. In een dergelijk geval is er dus geen aanleiding voor het opleggen van een onderhoudsbijdrage ten laste van de andere, niet-verzorgende ouder." De expertgroep dacht dat de wetgever het zo had bedoeld.

De controverse

De rechtbank Den Haag nam begin 2015 afstand van de aanbeveling van de expertgroep. Volgens de rechtbank heeft de aanbeveling tot gevolg dat de alimentatiegerechtigde ouder er minder op vooruit gaat dan de wetgever heeft bedoeld, omdat zij minder kinderalimentatie ontvangt. De rechtbank negeerde de aanbeveling daarom. Bij het berekenen van de kinderalimentatie trok de rechtbank Den Haag het bedrag van de alleenstaande-ouderkop niet af van de kosten van kinderen. In tegenstelling tot de expertgroep, was de rechtbank Den Haag van mening dat de wetgever juist niet heeft bedoeld dat de alleenstaande ouderkop wordt afgetrokken van de behoefte. Later volgde ook de rechtbank Noord-Holland de 'Haagse lijn'.

Op 17 april 2015 besloot de expertgroep de aanbeveling ongewijzigd te handhaven. De expertgroep voegde daaraan toe: "De Expertgroep heeft oog voor andersluidende opvattingen die zowel binnen de rechtspraak als daarbuiten leven over de wijze van behandeling van het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop. Daarom acht de Expertgroep het aangewezen dat de Hoge Raad zich hierover uitlaat. In de periode tot dien geldt de Aanbeveling onverkort."

Vervolgens mengde minister Asscher zich in de discussie. Naar aanleiding van Kamervragen liet hij op 22 april 2015 weten dat de expertgroep op basis van de parlementaire stukken evenzeer een andere keuze in de toerekening had kunnen maken. Volgens de minister is de aanbeveling van de expertgroep dus een keuze van de expertgroep zelf en niet een uitleg van de bedoelingen van de wetgever. Daarmee viel de bodem onder de aanbeveling van de expertgroep weg. De expertgroep baseerde zich immers op de veronderstelde bedoeling van de wetgever.

De beslissing van de Hoge Raad

Medio 2015 heeft het gerechtshof Den Haag in twee lopende procedures aan de Hoge Raad de vraag voorgelegd op welke wijze rekening moest worden gehouden met het kindgebonden budget bij het berekenen van kinderalimentatie. Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad het verlossende woord gesproken. De Hoge Raad heeft beslist dat het kindgebonden budget - inclusief de alleenstaande ouderkop - niet niet van de behoefte van het kind moet worden afgetrokken, maar moet worden opgeteld bij het inkomen van de ontvangende ouder. In de praktijk zal dit ertoe leiden dat de rechter thans in vergelijkbare gevallen een hogere kinderalimentatie zal vaststellen dan in de eerste negen maanden van 2015 het geval was.

Elke dinsdagavond van 19.00 tot 20.00 inloopspreekuur. Contact opnemen